Uitspraak rechtbank 9e Kamer

Rechtdoende op tegenspraak,

Uitspraak doende op de vordering van de BV CLAESBERGHE

Verklaart deze ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Stelt vast dat de verweersters door het gebruik van de benaming ‘BRUGSE BEER’ of elke andere aan elkaar geschreven woordcombinatie waarin gebruik wordt gemaakt van de woorden BRUGS of BRUGSE gevolgd door BEER voor bieren en voor alle soortgelijke waren, inbreuk plegen op de handelsnaam ’t BRUGS BEERTJE’ van BV CLAEYSBERGHE, zich hierdoor tevens schuldig maken aan oneerlijke en misleidende marktpraktijken.

Legt aan elk der verweersters op, met onmiddellijke ingang nog verder gebruik te maken in het economisch verkeer, analoog dan wel digitaal, van het teken ‘BRUGSE BEER’ of elke andere aan elkaar geschreven woordcombinatie waarin gebruik wordt gemaakt van de woorden BRUGS of BRUGSE gevolgd door BEER voor bieren en voor alle soortgelijke waren, onder verbeurte van een dwangsom van 2.000,00 € per inbreuik op dit stakingsbevel en per dag te rekenen vanaf 8 dagen na de betekening ervan, en stellen het maximumbedrag van de te verbeuren dwangsommen vast op 250.000,00€.

Legt aan elk der verweersters op, met onmiddellijke ingang de inbreukmakende producten onder het teken ‘BRUGSE BEER’ of elke andere aan elkaar geschreven woordcombinatie waarin gebruik wordt gemaakt van de woorden BRUGS of BRUGSE gevolgd door BEER terug te halen uit de markt, samen met al de publiciteit, folders en andere reclame daarvoor, onder verbeurte van een dwangsom van 2.000,00€ per inbreuk op dit bevel per dag vanaf 15 dagen na de betekening ervan, en stellen het maximum van de te verbeuren dwangsommen vast op 250.000,00€.

Stelt de nietigheid wegens depot te kwader trouw vast overeenkomstig artikel 2.2bis.2 BVIE en beveelt ambtshalve de doorhaling van het Benelux-depot voor het woordmerk “Brugse Beer” op naam van Stephane KOLIJN met registratienummer 1028078 voor alle waren en diensten waarvoor dit werd gedeponeerd en het Benelux-depot voor het woord- en beeldmerk “Brugse Beer” op naam van Stephane KOLIJN met registratienummer 1037300, voor alle waren en diensten waarvoor dit werd gedeponeerd.

Veroordeelt derde verweerster tot kosteloze overdracht aan BV CLAESBERGHE van de domeinnamen ‘brugsebeer.be’ en ‘brugsbeer.be’.

Veroordeelt eerste, tweede en derde verweersters tot de publicatie van het beschikkend gedeelte van deze beslissing op de websites van eerste, tweede en derde verweerders en in één nationale krant op kosten van eerste verweerder en betaalbaar op enkele voorlegging van de factuur, onder verbeurte van een dwangsom van 2.000,00€ per dag vertraging vanaf 8 dagen na de betekening van deze beslissing.

Wijst de BV CLAESBERGHE af van het meer gevorderde.

Uitspraak doende op de tegenvordering van de heer KOLIJN, de VZW BRUGES CENTRAL HOSTEL  en de CVBA HDS

Verklaart deze ontvankelijk doch ongegrond en wijzen hen ervan af.

Verwijst de verwerende partijden in solidum tot de gedingkosten in hoofde van BV CLAESBERGHE te begroten op de recupereerbare dagvaardingskosten ad. 415.88€ en op de wettelijke rechtsplegingsvergoeding aan het basistarief van 1.440,00€.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de heer Kristiaan Dehing, rechter in de rechtbank, kamervoorzitter, en de heren Werner T’Kindt en Hugo Van Hoecke, rechters in ondernemingszaken, die over de zaak hebben geoordeeld. Dit vonnis is in het openbaar uitgesproken door de heer Kristiaan Dehing, kamervoorzitter, bijgestaan door mevrouw Laura Van De Putte, griffier, op de zitting van donderdag 4 juni 2020.